Half februari vond in Wenen het 13e ECCO congres plaats met als thema ‘Science improving patients’ lives’. Speciale aandacht dus voor innovaties in het managen van de ziekte, maar met een recordaantal van 1012 abstracts kwamen alle facetten van IBD ruim aan bod.

Dr. Peter Houben, MDL-arts in het MC Slotervaart, was aanwezig en vertelt over zijn ervaringen.


Wat vindt u de waarde van het ECCO congres?
Ik vind het belangrijk om te weten wat er speelt binnen de IBD-wereld. Op het ECCO congres hoor ik nieuwe ontwikkelingen, en deze informatie gebruik ik om te bekijken wat ik in mijn eigen praktijk ga veranderen. Dit jaar focuste ik mij op presentaties over de optimalisatie van de therapie met biologicals. Welke medicatie geeft optimale effectiviteit met de minste kans op bijwerkingen?

Wat was voor u belangrijke informatie waarmee u uw therapie kunt optimaliseren?
Dit jaar waren er voor het eerst veel data uit ‘real-world’ onderzoek beschikbaar. Ieder jaar ga ik naar dit congres, en dit vond ik deze keer toch wel de belangrijkste meerwaarde van mijn bezoek. Zo waren er lange termijn data van patiënten na 3 jaar behandeling met verschillende biologicals, waardoor je de data na 1 jaar nu ook kunt vergelijken met die na 3 jaar. Met dit soort data kunnen we bijvoorbeeld de kans of een middel dat na 1 jaar werkt, ook nog na 3 jaar werkt beter voorspellen.

Andere interessante onderzoeken betroffen doseringen bij patiënten met fistels, de succeskans van een biological gerelateerd aan de duur van de ziekte, en de effectiviteit van een combinatie van een biological met een thiopurine. Ook waren er weer veel data over bijwerkingen van medicatie, zoals het risico op lymfomen, huidkanker en infecties, waarbij verschillende middelen met elkaar vergeleken werden. Allemaal informatie die mij helpt om mijn behandeling te optimaliseren, om meer onderbouwd te besluiten wanneer ik begin met welke medicatie en in welke dosering.

TDM is volop in ontwikkeling. Gaf het congres u hierover nog nieuwe inzichten?
Ja zeker, er waren meerdere onderzoeken naar de relatie tussen de bloedspiegels en de effectiviteit van diverse middelen. Ook gemeten op een aantal punten in de tijd, dus na een aantal verschillende behandelduren. Met name voor de nieuwere biologicals is nog meer onderzoek nodig naar de meest effectieve toepassing van TDM. Maar er komen nu langzaam aan steeds meer data beschikbaar, waarmee ik beslissingen zoals doseringsaanpassingen of een medicatieswitch kan ondersteunen.

Wat neemt u mee van het congres naar uw eigen praktijkvoering?
Vooral met de kennis van de data uit de real-life studies kan ik mijn behandeling weer een stukje optimaliseren. Daarnaast, aansluitend op het thema van dit congres, gaan we de tool ‘MijnIBDCoach’ implementeren in onze praktijk. Op het gebied van ‘Shared Decision Making’ kunnen we niet achterblijven. Het is echt achterhaald dat de dokter het weet en dat de patiënt maar luistert. Het heeft geen zin om patiënten naar het ziekenhuis te laten komen om ze aan mij te laten vertellen dat het goed gaat. Het is belangrijk dat we patiënten terug begeleiden naar een zo normaal mogelijk leven!