De afweercellen die mensen met de ziekte van Crohn in hun darmen hebben, zijn niet dezelfde als de afweercellen die mensen met coeliakie in hun darmen hebben. Sterker nog, ook tussen mensen met dezelfde ziekte verschillen de afweercellen. Deze nieuwe kennis gaat in de toekomst helpen om de juiste behandeling voor de juiste persoon te kiezen.

Hoogleraar immunologie Frits Koning van het LUMC en promovendus Vincent van Unen onderzochten bloedmonsters en biopten uit de darm met de nieuwe techniek ‘massa cytometrie’. De monsters waren afkomstig van mensen met coeliakie of de ziekte van Crohn en van mensen met darmklachten die bij inwendig darmonderzoek geen ontstekingen bleken te hebben.

Uit de zes hoofdgroepen waar ze mee begonnen (B-cellen, myeloïde cellen, innate lymfocyten en drie typen T-cellen) kwamen 142 subgroepen naar voren. “We wisten dat er ook binnen celtypen variatie was, maar niet in deze mate”, aldus Koning.

Een van de meest opvallende resultaten is volgens Koning het sterke verschil tussen bloed en darmweefsel. “Zonder dat je vooraf weet met welk monster je te maken hebt, maakt deze techniek probleemloos onderscheid tussen immuuncellen uit bloed en uit darmweefsel. Dat vind ik een heel belangrijk resultaat, want het laat zien dat een bloedmonster zeer beperkt informatie geeft over wat er in het darmweefsel aan de hand is.” Ook kan deze techniek scherp onderscheid maken tussen de verschillende groepen patiënten. “De immuuncellen uit het darmweefsel van coeliakie-patiënten vormden een duidelijk aparte groep, net als die van de Crohn-patiënten. Ook konden we de verschillende stadia en complicaties eenvoudig van elkaar onderscheiden.”

Vervolgonderzoek zal plaatsvinden om de verschillen (in symptomen) tussen patiënten te verklaren, zodat de behandeling gerichter op de individuele patiënt afgestemd kan worden.

De volledig publicatie leest u hier.

Bron: http://www.kennislink.nl/publicaties/variatie-in-immuunsysteem-nog-groter-dan-gedacht